We gaan nu niet zwemmen ______ het slecht weer is., omdat, want, als, ________ ik erg ziek ben, blijf ik thuis., Omdat, Want, ______ ze vakantie hebben, gaan ze elke dag winkelen., Als, Dus, Ik praat niet vaak Nederlands, omdat iedereen ___________., spreekt altijd Engels, altijd Engels spreekt, Ik wil Nederlands leren dus ik ___________., doe een cursus., een cursus doe., We eten oliebollen als _________, het is Nieuwjaar., het Nieuwjaar is., Anna koopt de trui omdat _________, ze vindt hem mooi., ze hem mooi vindt., Ik vind het altijd leuk als ___________, mijn broer komt op bezoek., mijn broer op bezoek komt., Als het koud is, _________, sluit ik het raam., ik sluit het raam., Als je elke dag Nederlands spreekt, ______, je leert de taal snel., leer je de taal snel., Omdat hij corona heeft, _____, hij moet naar het ziekenhuis gaan., moet hij gaan naar het ziekenhuis., moet hij naar het ziekenhuis gaan., Kunnen jullie bellen, als _________?, jullie zijn er bijna?, jullie er bijna zijn?, Ik eet geen vlees, want _______, dat vind ik niet lekker., dat ik niet lekker vind., Omdat ________________, ga ik naar de supermarkt., ik moet nog brood kopen., ik nog brood moet kopen., Omdat het mooi weer is, ______________, we willen vandaag naar het strand gaan., willen we gaan vandaag naar het strand., willen we vandaag naar het strand gaan.

tarafından

Skor Tablosu

Görsel stil

Seçenekler

Şablonu değiştir

Otomatik olarak kaydedilen geri yüklensin mi: ?