De pannenkoek, plat rond eten van meel, Het recept, uitleg om iets te maken, Het meel, wit poeder voor brood of taart, De kom, bak om iets in te doen, De lucht, wat je boven je ziet buiten, Zo, op deze manier, Beide, alle twee, De jam, zoet eten van fruit, roeren, Met een lepel draaien in eten of drinken., bakken, Iets warm maken in een pan of oven., omdraaien, Iets de andere kant op draaien., gooien, Iets door de lucht laten gaan met je hand., vangen, Iets pakken dat beweegt., leggen, Iets op een plek neerleggen., doorgaan, Verdergaan, niet stoppen..

Výsledková tabule/Žebříček

Vizuální styl

Možnosti

Přepnout šablonu

)
Obnovit automatické uložení: ?