niet weggaan - blijven, pijn in je buik. - buikpijn, heel vaak naar de wc moeten. - de diarree, heel; veel; bijvoorbeeld: erg moe = heel moe. - erg, ziekte met koorts en slecht gevoel. - de griep, hoeveel tijd; bijvoorbeeld: hoelang duurt het? - hoelang, pijn in je keel - de keelpijn, iets waar je last van hebt, bijvoorbeeld pijn of een probleem. - de klacht, een streep; of het telefooncontact, de bus - de lijn, woord dat een tegenstelling geeft, niet dik maar dun bijvoorbeeld: ik wil het *maar* ik kan niet. - maar, mij, jezelf. - me, een grotere hoeveelheid; niet minder. - meer, kan gebeuren; het is niet zeker - mogelijk, de dag na vandaag. - morgen, de middag van de dag na vandaag. - morgenmiddag, de ochtend van de dag na vandaag. - morgenochtend, om iets te zeggen zoals “nou… luister”. - nou, pijn in je oor. - de oorpijn, stoppen; verdwijnen: de pijn stopt. - overgaan, vervelend gevoel in je lichaam. - de pijn, de achterkant van je lichaam - de rug, sorry vinden; je voelt dat iets niet leuk was - spijten, iets op een andere tijd doen - verzetten, je hoeft niet te werken. - vrij,

Výsledková tabule/Žebříček

Vizuální styl

Možnosti

Přepnout šablonu

Obnovit automatické uložení: ?