betekenen, signifier, bewegen, bouger, bezet, occupé (place), bezig, occupé (personne), bezoek, visite, bijna, presque, bijvoorbeeld, par exemple, bijzonder, particulier, bioscoop, cinéma, blad, feuille, bladzijde, page, blauw, bleu, blij, content, blijven, rester, bloem, fleur, boek, livre, boodschap, message ; boodschappen doen : faire des courses, boom, arbre, boos, fâché, boot, bateau, bord, assiette; tableau ; panneau, bos, bois, forêt, boter, beurre, boterham, tartine, bouwen, construire, boven, en haut, bovendien, de plus, en outre, breed, large, brief, lettre, bril, lunettes.

Výsledková tabule/Žebříček

Vizuální styl

Možnosti

Přepnout šablonu

)
Obnovit automatické uložení: ?