Hij ............. (wonen), wonwn, woon, woont, Ik ....... (zeggen), zeg, zegt, zeggen, zegg, Wij ........... (horen), hooren, horen, hoort, hort, Hij ......... (horen), hoort, hort, hoor, horen, U .......... (slapen), slapt, sllapt, slaapt, slaptt, Ik ........ (kopen), koop, kopen, kop, koopt, Jij .......... (hopen), hoop, hopt, hoopt, hop, Maria ......... (kopen), koopt, koop, kopt, koppt, Mark ......... (spreken), sprek, sprekt, spreek, spreekt, Hans .......... (huren), huurt, huur, hurt, huurrt, Wij ........... (huren), huuren, hureen, huren, hurenn, Hans en Maria ............ (slapen), slaapen, slapen, sllapen, slapeen, Docent ........... (vertellen), vertelt, vertellt, verteelt, veertelt, Mijn vader .......... (zitten), zit, zitt, ziit, zitten, Jullie ......... (zitten), ziten, ziteen, zitten, zitteen, Hij ........ (staan), staat, stat, sttat, staan, Cursisten ........... (vragen), vraagen, vraggen, vrragen, vragen, Maria ........... (vragen), vragt, vraagt, vraggt, vrragt, Ik ........ (bellen), bell, beel, bel, belt, U ......... (snappen), snaapt, snapt, snappt, snappen.

Výsledková tabule/Žebříček

Vizuální styl

Možnosti

Přepnout šablonu

)
Obnovit automatické uložení: ?