tard - laat, mais - maar, partout - overal, ensemble - samen, encore - nog (steeds), demain - morgen, quelque chose - iets, parfait(e) - perfect, malade - ziek, incroyable - ongelooflijk, travailler - werken, je connais - ik ken, trouver - vinden, boire - drinken, aider - helpen, faire du foot - voetballen, faire les magasins - winkelen, aller au cinéma - naar de bioscoop gaan, jouer à la console - gamen, écouter de la musique - muziek luisteren, On va boire quelque chose? - Gaan we iets drinken?, Oui, on va aller à une terrasse. - Ja, we gaan naar een terras., Qu´est-ce qu´on va faire après? - Wat gaan wij daarna doen?, On va jouer à la console. - Wij gaan gamen.,

Tabla de clasificación

Tarjetas flash es una plantilla abierta. No genera puntuaciones para una tabla de clasificación.

Estilo visual

Opciones

Cambiar plantilla

¿Restaurar actividad almacenada automáticamente: ?