1) Wat heb je gistermorgen gedaan? (studeren) 2) Wat heb je gistermiddag gedaan? (maken) 3) Wat heb je gisteravond gedaan? (bestellen) 4) Wat heb je dinsdagmiddag gedaan? (halen) 5) Wat heb je dinsdagavond gedaan? (werken)

Tabla de clasificación

Estilo visual

Opciones

Cambiar plantilla

¿Restaurar actividad almacenada automáticamente: ?