Ik heb gisteravond niet naar voetbal ... (kijken), We zijn in het weekend naar een museum ... (zijn), Hij heeft niet over de gevolgen ... (nadenken), Je heb me helemaal niets ... (vragen), Jullie hebben je werk niet goed ... (doen), Mijn zus heeft me gisteravond ... (opbellen), Waar heb jij je man eigenlijk ... (ontmoeten)?, Heb je in het weekend nog een spelletje ... (spelen)?, Ze hebben hun auto aan de buren ... (verkopen), Dat hebben ze me helemaal niet ... (zeggen), We hebben altijd een hond ... (hebben), Ze hebben tijdens de vakantie veel foto's ... (maken)

Classifica

Stile di visualizzazione

Opzioni

Cambia modello

Ripristinare il titolo salvato automaticamente: ?