1) I... (buy) new suitcase at the big sale. a) have bought b) have buy c) has buy d) has bought 2) Dad isn't at home. He... to his best friend Elena. a) 's went b) 've went c) 's gone d) 've go 3) Jaka jest trzecia forma czasownika cut? a) cuten b) cut c) cat d) cutted 4) Jakie słowa są czasem dodawane do zdań Present Perfect? a) sometimes, often, yep, since, after b) ok, but, so, when, because c) just, already, yet, never, ever d) which, where, I think, and, as well as 5) Jak można skrócić zwroty: have not i has not? a) havn't i hasn't b) havene't i hasen't c) haven't i hasen't d) haven't i hasn't
0%
Present perfect
Delen
Delen
Delen
door
Nelabor2020
Kl. 5
Kl. 6
Godzina wychowawcza
Inhoud Bewerken
Afdrukken
Embedden
Meer
Toewijzingen
Scorebord
Meer weergeven
Minder weergeven
Dit scoreboard is momenteel privé. Klik op
Delen
om het publiek te maken.
Dit scoreboard is uitgeschakeld door de eigenaar.
Dit scoreboard is uitgeschakeld omdat uw opties anders zijn dan die van de eigenaar.
Opties Herstellen
Quiz
is een open template. Het genereert geen scores voor een scoreboard.
Inloggen vereist
Visuele stijl
Lettertypen
Abonnement vereist
Opties
Template wisselen
Alles weergeven
Er zullen meer templates verschijnen terwijl je de activiteit gebruikt.
Open resultaten
Kopieer link
QR-code
Verwijderen
Automatisch opgeslagen activiteit "
" herstellen?