1) My vacation was ____ July. a) in b) on c) at 2) Lucy isn't ____ home. She's ____ her office. a) at , at b) in , in c) in , at 3) I have classes ____ Mondays and Wednesdays. a) in b) at c) on 4) I work _____ an office. a) in b) at c) on 5) I always go to the beach _____ the weekend. a) at b) in c) on 6) I don't usually have lunch ____ midday, I have it later. a) on b) in c) at 7) My cousins love to play _____ the street, especially basketball. a) in b) at c) on 8) I always have dinner ____ work. a) at b) in c) on 9) Lyndsay isn't ____ her office. Has she already left? a) at b) on c) in 10) I can't talk now, I'm _____ the post office. a) in b) at c) on
0%
PREPOSITIONS- REVIEW
Delen
Delen
Delen
door
Aapoulin
A2
Prepositions in/on/at
Inhoud Bewerken
Afdrukken
Embedden
Meer
Toewijzingen
Scorebord
Meer weergeven
Minder weergeven
Dit scoreboard is momenteel privé. Klik op
Delen
om het publiek te maken.
Dit scoreboard is uitgeschakeld door de eigenaar.
Dit scoreboard is uitgeschakeld omdat uw opties anders zijn dan die van de eigenaar.
Opties Herstellen
Quiz
is een open template. Het genereert geen scores voor een scoreboard.
Inloggen vereist
Visuele stijl
Lettertypen
Abonnement vereist
Opties
Template wisselen
Alles weergeven
Er zullen meer templates verschijnen terwijl je de activiteit gebruikt.
Open resultaten
Kopieer link
QR-code
Verwijderen
Automatisch opgeslagen activiteit "
" herstellen?