Rondom ons zijn er meerdere ____. Dit zijn stoffen die energie kunnen leveren, zoals hout, aardgas, water,... Energie kan in verschillende vormen voorkomen. ____ is energie die opgeslagen zit in stoffen, zoals een appel. ____ is energie die vervat zit in de elektriciteit. De zon geeft licht, dit is ____ , maar ook warmte. Dit is ____. ____ is de energie in bewegende voorwerpen. Wanneer een energievorm omgezet wordt naar een andere vorm, noemen we dit ____. Enkele voorbeelden van energieomzettingen. 1. Een man eet een appel en heeft de energie om zich voort te bewegen. Omzetting: ____ naar kinetische energie. 2. Je zet een elektrisch vuur op om te koken. Omzetting: ____ naar ____. 3. Een rollercoaster staat helemaal van boven, klaar om naar beneden te rijden. Omzetting: ____ naar ____. 4. Een brandende kaars. Omzetting: ____ energie naar ____ energie en ____. Soorten brandstoffen. Er zijn 2 soorten energiebronnen. De eerste soort noemen we ____ energiebronnen. Dit zijn bronnen waar de vorming van de stoffen trager is dan het gebruik hiervan. Dit noemen we ook wel ____. Dit soort brandstof bestaat uit de resten van ____ en dieren, gevormd door de ____ van dikke lagen zand en klei. Verschillende soorten zijn aardolie, ____, steenkool en ____. De tweede soort noemen we ____ energiebronnen. Dit zijn bronnen die onuitputtelijk zijn. De meest gekende zijn ____, wind en water.

Energie en energieomzetting

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?