de feestdag - een speciale dag, zoals kerst of een verjaardag, de folder - een klein boekje met reclame, de helft - 50%, een deel dat even groot is als het andere deel, de informatie - dingen die je moet weten, kiezen - weten wat je wilt, de klant - iemand die iets koopt, de korting - je betaalt minder dan normaal, kosten - hoeveel geld je moet betalen, de meubels - dingen in huis, zoals tafels, stoelen en banken, onze - van ons, de opruiming - verkoop met veel korting, de prijs - hoeveel iets kost, het procent - een deel van 100 (bijv. 10% = 10 van 100), rood - een kleur, zoals een tomaat, samen - met iemand, niet alleen, de soort - een groep die hetzelfde is , verkopen - iets aan iemand geven voor geld, welk - je vraagt een keuze: welke boom?, wij - ik en andere mensen, wit - een lichte kleur, zoals sneeuw, zwart - een donkere kleur, zoals nacht,

Tabela rankingowa

Motyw

Opcje

Zmień szablon

Przywrócić automatycznie zapisane ćwiczenie: ?