Zij draagt ... schoenen. (rood), rode, roode, Ik ... een nieuwe auto. (koop), kop, koop, kope, In deze winkel hebben ze veel ... (kaart), karten, kaarten, kaartten, Dat vind ik een ... vraag. (dom), dome, doome, domme, Hij ... mij niet. (antwoorden), antwordt, antwoordt, Dat is een ... broek! (mooi), moie, mooie, We zijn blij met onze ... baby. (lief), liefe, lieve, live, Ik praat nooit met onze ... buurman. (boos), boose, booze, bose, boze, Dragen jullie graag ... sokken? (geel), geele, gele, Hoe vind je deze ... bank? (paars), parse, paarse, parze, paarze.

Ranking

Estilo visual

Opções

Alterar modelo

)
Restaurar arquivo salvo automaticamente: ?