1) Je wilt eten in een restaurant. Wat moet je doen? 2) In welke maand ben jij graag buiten? Waarom? 3) Wat kook jij graag? 4) Welke tijd van het jaar vind jij fijner, de herfst of de winter? 5) Je krijgt honderd euro. Wat doe je? 6) Je gaat trouwen. Wat moet je doen? 7) Je buurman is overleden. Wat doe je? 8) Is er in jouw land een feest dat niet in NL wordt gevierd? 9) Heb je een computer thuis?Waarvoor gebruik jij deze computer het meest? 10) Hoe vaak gebruik jij je oven? Waarvoor gebruik je de oven? 11) Werk jij wel eens met een hamer? Waarvoor gebruik je de hamer? 12) Hoeveel kost jouw telefoon per maand? Waarvoor gebruik jij je telefoon het meest?

Таблица лидеров

Визуальный стиль

Параметры

Переключить шаблон

Восстановить автоматически сохраненное: ?