de ervaring - Je hebt het vaker gedaan. Bijvoorbeeld: 'Ik ben docent. Ik heb 8 jaar ervaring. , de fiets - Ik fiets naar school., de flat - Ik woon in een flat., helpen - Iemand helpt je., de ingang - Je gaat naar binnen bij de ingang., de poes, de sleutel, de stoep - De kinderen lopen op de stoep., deze - Ik wil deze. , gek op - Ik hou van pizza. Ik ben gek op pizza! , hangen - Ik hang een foto op de muur., het briefje - Een klein briefje, het nummer - een nummer is een cijfer (1, 2, 3). Bijvoorbeeld een huisnummer of telefoonnummer., klussen, leeg, mij - Bel mij., ophalen - De school is klaar. Je moet je kind ophalen., oppassen - Iemand moet op de kinderen oppassen., opruimen, zorgen voor - De moeder zorgt voor het kind.,

Таблица лидеров

Флэш-карты — это открытый шаблон. Он не создает баллы для таблицы лидеров.

Визуальный стиль

Параметры

Переключить шаблон

Восстановить автоматически сохраненное: ?