joep gaat naar zijn zus., , hij zoekt de bus., , joep zoekt bus 40., , daar is een bus., , het is bus 4., , dat is niet de bus van joep., , joep zoekt bus 40., , een vier met een nul., , daar is nog een bus., , het is bus 40!, , een vier met een nul., , joep loopt naar de bus., .

Tabela

Vizuelni stil

Postavke

Promeni šablon

)
Vrati automatski sačuvano: ?