Dag meneer, kunt u ___ helpen? Ik ben alleen en ik zoek het station., mij , Hee Jan, hoe gaat het met __?, jou, Mevrouw, mag ik __ iets vragen?, u, Michiel begrijpt de vraag niet, dus ik help __., hem, Het meisje kan niet inchecken, dus ik help __., haar, Inez, we weten niet wat we moeten doen. Kan je __ helpen?, ons, De toeristen zoeken hun hotel. Ik help __., ze, Hoi Maria en Juan, hoe gaat het met __?, jullie.

prie

Lyderių lentelė

Vizualinis stilius

Parinktys

Pakeisti šabloną

)
Atkurti automatiškai įrašytą: ?