De man werkt in de tuin., De hond eet zijn brokjes., De kinderen spelen in de tuin., Mijn ouders zijn op vakantie., Hij komt vanavond bij ons eten., Ik loop naar huis., Ik ben blij., Mijn zus heeft een auto., Mijn papa werkt in een nieuwe winkel., Ik lees een boek., Mira is ziek., Anna gaat naar huis., Zij fietst naar school., We hebben morgen les.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?