Waarom stofzuigt hij zijn huis? (hij - krijgt - vrienden - op bezoek), OMDAT hij vrienden op bezoek krijgt., Waarom is hij zo gelukkig? (hij - heeft - een cadeau - gekregen), OMDAT hij een cadeau heeft gekregen., Waarom kijkt zij naar die man? (hij - heeft - een handtas - gestolen), OMDAT hij een handtas gestolen heeft., Waarom is zij boos? (ik - heb - een fout - gemaakt), OMDAT ik een fout gemaakt heb., Waarom is Maria ongelukkig? (haar moeder - is - gisteren - gestorven), OMDAT haar moeder gisteren gestorven is., Waarom verandert hij van werk? (hij - heeft - een leukere job - gevonden), OMDAT hij een leukere job gevonden heeft., Waarom draag jij geen schoenen? (ik - heb - een uur geleden - de vloer - gepoetst), OMDAT ik een uur geleden de vloer gepoetst heb., Waarom ben jij triestig? (mijn vader - heeft - een accident - gehad), OMDAT mijn vader een accident heeft gehad., Waarom nemen zij een douche? (zij - hebben - in de tuin - gespeeld), OMDAT zij in de tuin gespeeld hebben., Waarom ben jij te laat? (ik - heb - mijn kind - naar school - gebracht), OMDAT ik mijn kind naar school heb gebracht., Waarom eet jij zo weinig? (ik - ben - gisteren - ziek - geweest), OMDAT ik gisteren ziek ben geweest., Waarom lacht zij zoveel? (zij- heeft - een cadeau - gekregen), OMDAT zij een cadeau gekregen heeft., Waarom zingen jullie in de klas? (wij - hebben - een liedje - gestudeerd), OMDAT wij een liedje gestudeerd hebben., Waarom ben jij nerveus? (ik - ga - met een cursus - beginnen), OMDAT ik met een cursus ga beginnen., Waarom start jij geen tenniscursus? (ik - ga - voetbal - spelen), OMDAT ik voetbal ga spelen., Waarom ga jij niet op café? (ik - ga - mijn ouders - bezoeken), OMDAT ik mijn ouders ga bezoeken., Waarom studeer jij Nederlands? (ik - ga - in Vlaanderen - wonen), OMDAT ik in Vlaanderen ga wonen., Waarom ga jij naar het ziekenhuis? (ik - ga - een zieke vriend - bezoeken), OMDAT ik een zieke vriend ga bezoeken., Waarom ga jij niet naar school? (ik - ga - op reis - vertrekken), OMDAT ik op reis ga vertrekken., Waarom vertrek jij zo vroeg? (ik - ga - mijn kinderen - van school - halen), OMDAT ik mijn kinderen van school ga halen., Waarom loop jij zo dikwijls? (ik - ga - een marathon - lopen), OMDAT ik een marathon ga lopen., Waarom ben jij zo blij? (ik - ga - morgen - mijn vriendin - terugzien), OMDAT ik morgen mijn vriendin ga terugzien.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?