Neem jij extra kleertjes voor de baby mee?, Stap jij ook bij de volgende halte uit?, Ik neem altijd een extra flesje melk mee., Mijn vader neemt nooit contant geld mee., Doe uw jas maar even uit., De kinderen doen de ramen open., Ik ga met mijn huiswerk verder., Ik kwam gisteren mijn oude buurvrouw tegen., Wie kwam jij in het weekend tegen?, Mijn zus rekende twee koffie af., Bij een zebrabad steek je de straat veilig over., Spreken we morgenavond bij de bioscoop af?, Wat neem jij elke dag mee?, Nam jij vroeger ook altijd extra kleertjes mee?, Deden jullie thuis jullie schoenen uit?, Doe je schoentjes maar aan., Doe het raam maar even open.

Splitable verbs

by

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?