Deze man moet ......... roken. Want.../ omdat, Deze man moet ...... eten. Want.../ omdat, Deze man moet ....... slapen. Want.../ omdat, Deze vader moet ......... voor de baby zorgen. Want.../ omdat, Deze man komt te laat. Hij moest ........ opstaan. Want.../ omdat, Deze vrouw moet ...... eten. Want.../ omdat, Deze vrouw moet ........ alcohol drinken. Want.../ omdat, De ouders moeten ............ op de baby letten. Want.../ omdat, Deze man moet .......... bewegen. Want.../ omdat, De vrouw zegt: Kun je de verwarming ......... zetten? Want.../ omdat, De man moet de televisie ............. zetten. Want.../ omdat, De jongen heeft .......... schoenen nodig. Want.../ omdat, De vrouw heeft een ........ broek nodig. Want.../ omdat, De docent moet een ........... les maken. Want.../ omdat, Deze man moet ........ douchen. Want.../ omdat, Deze man moet ............ oefenen voor het examen. Want.../ omdat

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?