Hij .... zich gister niet goed. (voelen), voelte, voelten, voelde, voelden, Hans en Paul .... na twee maanden al hun studie. (stoppen), stopte, stopten, stopde, stopden, Ik .... gister mijn verjaardag met mijn familie. (vieren), vierte, vierde, vierten, vierden, Alberto .... ons gister voor de leuke dag. (bedanken), bedankte, bedankten, bedankde, bedankden, .... jullie vroeger ook in een stad? (wonen), Wonde, Woonde, Wonden, Woonden, Gister .... hij over zijn reis naar Kenia. (vertellen), vertelde, vertellde, vertelden, vertellden, In Parijs .... hij vroeger in een groot café. (werken), werkte, werkten, werkde, werkden, Het .... de hele week. (regenen), regente, regenten, regende, regenden, Hij .... gister zijn ouders en zijn zusje. (missen), misste, miste, missten, misten, De kinderen .... vroeger elke dag naar school. (fietsen), fietste, fietsde, fietsten, fietsden
0%
Imperfectum
Share
Share
by
Imkevunderink
Edit Content
Print
Embed
More
Assignments
Leaderboard
Show more
Show less
This leaderboard is currently private. Click
Share
to make it public.
This leaderboard has been disabled by the resource owner.
This leaderboard is disabled as your options are different to the resource owner.
Revert Options
Quiz
is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.
Log in required
Visual style
Fonts
Subscription required
Options
Switch template
Show all
Open results
Copy link
QR code
Delete
Continue editing:
?