Hij heeft gisteren lekker ... (sporten), gesport, gesportt, gespord, gesportet, Ze hebben vier jaar in Gent ... (studeren), studeerd, studeert, gestudeerd, gestudeert, Wij hebben vorige week veel ... (wandelen), gewandelt, gewandeld, gewandeelt, gewandeeld, Ze heeft vanochtend lekker ... (douchen), gedoucht, gedouchd, We hebben ons hele huis ... (schilderen), geschildert, geschilderd, Jullie hebben echt lekker ... (koken), gekokt, gekokd, gekookt, gekookd, We hebben de hele nacht over die test ... (dromen) (rèver, to dream), gedromt, gedromd, gedroomt, gedroomd, Ze hebben 50 km ... (fietsen), gefietst, gefietsd, Hij heeft op de mail ... (antwoorden), geantwoort, geantwoord, geantwoordet, geantwoorded, Ik heb twee jaar in Parijs ... (wonen), gewont, gewond, gewoont, gewoond, Ik heb een hele dag ...... (werken, gewerkt, gewerkd, gewerket, gewerked, Zij heeft naar muziek ...... (luisteren), geluisterend, geluisterd, geluistert, geluisterent, Wij hebben op zaterdagavond in de discotheek ...... (dansen), gedansd, gedanst, gedansent, gedanset, Ik heb gisteren naar mijn mama ...... (telefoneren), getelefoond, getelefoneert, getelefoneerd, getelefoont, Zij zijn vorige week ..... (trouwen), getrouwd, getrouwt, getrouwed, getrouwet, Ik heb naar een vriendin ........ (bellen), gebelt, gebeld

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?