de brandweerman, de brandweerman blust de brand, de kapper, De kapper knipt het haar met een schaar., de bakker, De bakker bakt brood., De politieagent, De politieagent geeft mij een boete., de boer, De boer woont op de boerderij., de timmerman, De timmerman zaagt het hout., de metselaar, De metselaar bouwt een huis., de tandarts, De tandarts vult een gaatje in de kies., de verpleegkundige, De verpleegkundige werkt in het ziekenhuis., de elektricien, De elekricien werkt met elektriciteit., de schilder, De schilder gebruikt een kwast of een roller., de monteur, De monteur repareert de auto., de lerares of de juf, De juf werkt met jonge kinderen., de stucadoor, De stucadoor maakt de muur glad met gips., de lasser, De lasser werkt met metaal., de textielarbeider, De textielarbeider werkt in een textielfabriek., de landarbeider, De landarbeider werkt op het land., de tuinman, De tuinman werkt in de tuin., de huisvrouw, De huisvrouw kookt het eten en maakt het huis schoon., de leraar of de meester, De meester is een leraar voor kleine kinderen., de vrachtwagenchauffeur, De vrachtwagenchauffeur vervoert een vracht., de kok, De kok werkt in een restaurant., de loodgieter, De loodgieter repareert de afvoer.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?