Tom: "Ik woon in Amsterdam", Tom zegt dat hij in Amsterdam woont., Maya en Abdel: "Wij hebben twee kinderen.", Zij zeggen dat zij twee kinderen hebben., Lucia en ik: "Wij wonen in Rotterdam.", Zij zeggen dat zij in Rotterdam wonen., Aya: "Mijn hobby is wandelen.", Aya zegt dat haar hobby wandelen is., Mark: "Ik hou van lezen., Mark zegt dat hij van lezen houdt., Johan: "Ik houd van de winter.", Johan zegt dat hij van de winter houdt., Annabel: "Ik ben gelukkig.", Annabel zegt dat zij gelukkig is., Annabel en Aya: "Wij komen uit Utrecht.", Zij zeggen dat zij uit Utrecht komen., Lucia: "Nederlands is moeilijk.", Lucia zegt dat Nederlands moeilijk is., Johan: "Ik drink liever koffie.", Johan zegt dat hij liever koffie drinkt., Mark: "Ik spreek Engels, Arabisch en Nederlands.", Mark zegt dat hij Engels, Arabisch en Nederlands spreekt.
0%
Zeggen dat ...
Share
Share
by
Fplitscher
Edit Content
Print
Embed
More
Assignments
Leaderboard
Show more
Show less
This leaderboard is currently private. Click
Share
to make it public.
This leaderboard has been disabled by the resource owner.
This leaderboard is disabled as your options are different to the resource owner.
Revert Options
Match up
is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.
Log in required
Visual style
Fonts
Subscription required
Options
Switch template
Show all
Open results
Copy link
QR code
Delete
Continue editing:
?