Tom: "Ik woon in Amsterdam", Tom zegt dat hij in Amsterdam woont., Maya en Abdel: "Wij hebben twee kinderen.", Zij zeggen dat zij twee kinderen hebben., Lucia en ik: "Wij wonen in Rotterdam.", Zij zeggen dat zij in Rotterdam wonen., Aya: "Mijn hobby is wandelen.", Aya zegt dat haar hobby wandelen is., Mark: "Ik hou van lezen., Mark zegt dat hij van lezen houdt., Johan: "Ik houd van de winter.", Johan zegt dat hij van de winter houdt., Annabel: "Ik ben gelukkig.", Annabel zegt dat zij gelukkig is., Annabel en Aya: "Wij komen uit Utrecht.", Zij zeggen dat zij uit Utrecht komen., Lucia: "Nederlands is moeilijk.", Lucia zegt dat Nederlands moeilijk is., Johan: "Ik drink liever koffie.", Johan zegt dat hij liever koffie drinkt., Mark: "Ik spreek Engels, Arabisch en Nederlands.", Mark zegt dat hij Engels, Arabisch en Nederlands spreekt.

Zeggen dat ...

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?