Morgen ga ik naar Amsterdam., In de herfst regent het vaak., Om acht uur hebben we pauze., In het weekend doe ik boodschappen op de markt., Dat weet ik niet., Op donderdag ben ik vrij., In de vakantie ga ik graag naar Spanje., Meestal ga ik met de auto naar mijn werk., In de les spreken de cursisten Nederlands.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?