De resultaten __________ (bekendmaken) morgen., __________ (bouwen) een nieuwe brug in het centrum., Er __________ (zeggen) dat de cursus te moeilijk is., De fout __________ (maken) gisteren door een student., __________ (werken) hier ook in het weekend?, Het probleem __________ (bespreken) nu door de docent., Er __________ (verwachten) dat iedereen op tijd komt., __________ (openen) een nieuwe supermarkt volgende week., De regels __________ (uitleggen) al meerdere keren., Er __________ (denken) dat hij niet meer terugkomt., Het boek __________ (vertalen) in vijf talen., __________ (roken) hier niet., Er __________ (vragen) of je morgen beschikbaar bent., De opdracht __________ (inleveren) te laat., __________ (gewerkt) hard aan dit project de afgelopen maanden.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?