Ik koop een appel., Ik bel mijn moeder., Hij belt zijn moeder., Hij vraag het aan de docent., Hij maakt koffie., Wij maken koffie., Wij drinken koffie., Hij eet kip., Hij maakt kip., Ik kook soep., Hij kookt rijst., Hij zegt niets., Wij zeggen niets., Ik vraag het., Ik stuur een e-mail., Hij stuurt een whatsapp.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?