(om 7 uur) opstaan (ik), (haar schoenen) aantrekken (zij), (de badkamer) schoonmaken (hij), (mijn telefoon) opladen (ik), (brood) meenemen (zij plural), (het raam) opendoen (jij), (in het weekend) uitgaan (ik), (de hond) uitlaten (Anouk), zijn tanden poetsen (de jongen), (de borden) afwassen (ik)

Les 18 separable verbs

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?