scheef, Mijn tanden staan een beetje __________., voren, Sommige tanden staan te ver naar __________., zorgen, Een beugel kan ervoor __________ dat je tanden recht komen te staan., elkaar, Mijn tanden en kiezen passen niet goed op __________., oplossing, Een beugel kan dan de __________ zijn., ruimte, Er is te weinig __________ in mijn mond., steeds vaker, Je ziet __________ oudere mensen met een beugel., latere, Veel volwassenen kiezen op __________ leeftijd voor een beugel., gebit, De orthodontist kijkt naar je __________., kaak, De orthodontist kijkt ook naar je __________., gemiddeld, Een beugel draag je __________ twee tot drie jaar., keurig, Daarna staan je tanden weer __________ recht., vaste, Een __________ beugel blijft altijd in je mond zitten., slotjes, De __________ worden op je tanden geplakt., vastzitten, De slotjes blijven goed __________., buitenbeugel, Een __________ zit voor een deel buiten de mond., bijtbeugel, De activator wordt ook de __________ genoemd., indoen, Je kan de activator zelf __________ en uitdoen., extra, Je moet je mond __________ goed verzorgen., resten, Er kunnen __________ van eten aan de beugel blijven zitten., gaatjes, Daardoor kan je __________ krijgen., beugel, Stokbrood eten is soms moeilijk met een __________., kapot, Van hard eten kan je beugel __________ gaan., zelfvertrouwen, Een mooi gebit geeft je meer __________.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?