Wanneer ben je lid geworden van de sportclub? (toen), Kun je hier echt zo goedkoop sporten? Ja, dat kan, als..., Wanneer praten jullie veel samen? (terwijl), Ga jij vanavond ook naar het feest van Laura? Ja, maar..., Tot wanneer volg jij een cursus Nederlands? Totdat..., Wanneer lees jij meestal? (voordat), Wanneer kijk jij tv? Nadat..., Ben je dit weekend thuis? Nee, want..., Wanneer woonde Alice bij haar ouders? Voordat..., Wanneer kreeg hij een baan in het buitenland? Nadat..., Wanneer hoor ik of de afspraak definitief is? Zodra..., Waar woonde je toen je tien jaar was? Toen..., Bevalt je huis goed? Ja, het is een leuk huis, hoewel..., Waarom doet ze twee studies? Omdat..., Wanneer ga je niet naar de cursus? Als..., Wanneer maak jij meestal je huiswerk? (nadat), Waarom blijf je vandaag thuis? (omdat), Wanneer bel je je ouders? (zodra), Ga je morgen sporten of rust je uit? (maar), Wanneer neem jij een pauze tijdens het studeren? (terwijl), Kun je naar buiten gaan als het regent? (hoewel), Wanneer drink jij koffie? (voordat), Werk je door in de avond? (als), Waarom leer jij Nederlands? (want), Wanneer voelde jij je beter? (toen)
0%
Conjuncties
Share
Share
Share
by
Fplitscher
Edit Content
Print
Embed
More
Assignments
Leaderboard
Show more
Show less
This leaderboard is currently private. Click
Share
to make it public.
This leaderboard has been disabled by the resource owner.
This leaderboard is disabled as your options are different to the resource owner.
Revert Options
Speaking cards
is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.
Log in required
Visual style
Fonts
Subscription required
Options
AI Enhanced: This activity contains content generated by AI.
Learn more.
Switch template
Show all
More formats will appear as you play the activity.
Open results
Copy link
QR code
Delete
Continue editing:
?