Inchecken en uitchecken bij de accommodatie, Hacer el check-in y el check-out en el alojamiento, Kan ik u (ev/mv) helpen?, ¿Le/Les puedo ayudar?, Wij hebben een reservering, Tenemos una reserva, Op wiens naam?, ¿A nombre de quién?, Op naam van Jansen, A nombre de Jansen, Een vijfpersoons appartement, Un apartamento para cinco personas, Ik heb uw paspoort of ID nodig, Necesito su pasaporte o DNI (Documento Nacional de Identidad), Waar kun je de auto parkeren?, ¿Dónde se puede aparcar el coche?, Kunt u dit formulier tekenen, alstublieft?, ¿Puede firmar este formulario, por favor?, Heeft u/Heb je een pen voor mij?, ¿Me presta/prestas un bolígrafo/un boli?, Hier heeft u de sleutels, Aquí tiene las llaves, Ik heb een vraag/nog een vraag, Tengo una pregunta/otra pregunta, U moet het appartement vóór 10.00 verlaten, Tienen que dejar el apartamento antes de las 10.00, Het is mogelijk om de bagage hier achter te laten, Es posible dejar el equipaje aquí, Als u vragen of problemen heeft, belt u ons dan, Si tiene preguntas o problemas, llámenos por teléfono, Ik wens u een fijne vakantie!, ¡Que tengan unas buenas vacaciones!, betalen voor accommodatie, Pagar el alojamiento, Het totaalbedrag is € 800,00, El importe total es de € 800,00, U heeft al € 80,00 (aan)betaald, Ustedes ya han pagado € 80,00, Rest nog te betalen € 720,00, Queda por pagar € 720,00, Wij vragen een schadeborg, Hacemos un depósito por daños, De regels van de accommodatie, Las normas del alojamiento, Er gelden een aantal regels, Valen algunas reglas, Het is niet toegestaan herrie te maken, No está permitido/No se permite hacer ruido, Het is verboden te roken, Está prohibido fumar, Huisdieren zijn niet toegestaan, No se permiten mascotas, Maanden van het jaar, Los meses del año, januari, enero, februari, febrero, maart, marzo, april, abril, mei, mayo, juni, junio, juli, julio, augustus, agosto, september, septiembre, oktober, octubre, november, noviembre, december, diciembre, De vier seizoenen, Las cuatro estaciones, de lente, la primavera, de zomer, el verano, de herfst, el otoño, de winter, el invierno, over je familie praten, Hablar de tu familia, Heb jij kinderen?, ¿Tienes hijos?, Heeft u kleinkinderen?, ¿Usted tiene nietos?, Hij is 15 juli jarig, Su cumpleaños es el 15 de julio, Hoe oud zijn jouw kinderen?, ¿Cuántos años tienen tus hijos?, Ik heb een zoon en twee dochters, een tweeling, Tengo un hijo y dos (hijas) gemelas, Mijn moeder wordt 60 jaar in januari, Mi madre va a cumplir (los) 60 en enero, Morgen wordt Julio 12 jaar, Mañana Julio cumple (los) 12 (años), Pablo is 5 jaar geworden, Pablo ha cumplido (los) 5 (años), Sara zit in groep 8 (de 6e klas van de basisschool), Sara está en el 6º (sexto) de primaria, Welke leeftijd hebben jouw kleinkinderen?, ¿Qué edad tienen tus nietos?, Praat over je plannen, Hablar de tus planes, De baai is (niet) geschikt voor kinderen, La cala (no) es adecuada para niños, Een strandwandeling maken, Pasear/Caminar por la playa, Een tocht door de bergen maken, Hacer un recorrido por las montañas, Er zijn hier wat baaitjes in de buurt, Hay algunas calas cerca de aquí, Er zijn veel bezienswaardigheden, Hay muchos lugares de interés, Er zit een fietsverhuur in Calle Felipe IV, Hay un alquiler de bicicletas en la Calle Felipe IV, Hartelijk bedankt voor de tip, Muchas gracias por el consejo, Heb je tips?, ¿Tienes sugerencias?, Het is de moeite waard, Vale la pena, Het strand is schoon/vies, La playa es limpia/sucia, Hoe lang blijven jullie?, ¿Cuánto tiempo os quedáis?, Ik raad je aan om vroeg te vertrekken, Te aconsejo salir temprano, Je kunt het geboortehuis van Cervantes bezoeken, Se puede visitar la casa natal de Cervantes, Je moet van tevoren reserveren, Es necesario reservar de antemano, Vanavond gaan we uit eten, Esta noche vamos a comer fuera, Waar kun je hier in de buurt goed eten?, ¿Dónde se puede comer bien aquí cerca?, Wandeltochten maken, Hacer excursiones a pie, We gaan fietstochten maken, Vamos a hacer excursiones en bicicleta/en bici, We willen de omgeving op de fiets verkennen, Queremos descubrir el entorno en bici, We zijn op doorreis, Estamos de paso, We zijn van plan om fietsen te huren, Tenemos planes de alquilar bicicletas, Doe een voorstel, Hacer una propuesta, Heb je zin om met mij te tennissen?, ¿Tienes ganas de jugar al tenis conmigo?, Hebben jullie zin om een biertje te drinken?, ¿Os apetece tomar una cerveza?, Wat vinden jullie ervan om samen te barbecueën?, ¿Qué os parece hacer una barbacoa todos juntos?, aanstaande dinsdag, el martes que viene/el próximo martes, morgenvroeg/morgenavond, mañana por la mañana/mañana por la noche, op het einde van de middag, al final de la tarde, overmorgen, pasado mañana, volgende week, la semana que viene/la próxima semana, vroeg in de ochtend/’s ochtends vroeg, a primeras horas de la mañana, woensdagavond, el miércoles por la noche, zondagmiddag, el domingo por la tarde, Waar spreken we af?, ¿Dónde quedamos?, Wanneer spreken we af?, ¿Cuándo quedamos?, Hoe laat spreken we af?, ¿A qué hora quedamos?
0%
5DutchLanguage
Share
Share
Share
by
Olytvynska
Edit Content
Print
Embed
More
Assignments
Leaderboard
Show more
Show less
This leaderboard is currently private. Click
Share
to make it public.
This leaderboard has been disabled by the resource owner.
This leaderboard is disabled as your options are different to the resource owner.
Revert Options
Flash cards
is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.
Log in required
Visual style
Fonts
Subscription required
Options
AI Enhanced: This activity contains content generated by AI.
Learn more.
Switch template
Show all
More formats will appear as you play the activity.
Open results
Copy link
QR code
Delete
Continue editing:
?