Morgen ga ik naar mijn ouders., Eergisteren had ik een feestje., Dinsdag gaan wij naar een museum., In 2004 is haar oma overleden., Maandag komt mijn zus uit China., Woensdag ben ik jarig., Om elf uur begint de les., Overmorgen trouwt mijn broer., Donderdag wordt hun opa 80 jaar., Zondag hebben we feest., Vanavond wil ik dansen., In juli hebben jullie vrij., In de bus praten we over onze familie.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?