Hij kan goed.............................., familie, voetballen, Hij.............. ...................zijn voetbalclug, vindt van, houdt van, Zijn huis is...................., jong, snel, Wij houden van................................in het park, lopen, het nieuws, Ik kijf 's avonds......................., het nieuws, lopen, Hij heeft nog geen..........................in Nederland., vrienden, collega's, Johan cruiff is een ...........................voetballer, heel mooi, beroemd, Ik ben.......................... Het gaat heel goed., heel goed, niet goed, Hij wil graag naar een......................... van Ajax, heel goed, wedstrijd

by

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?