Nu, Doet Thomas nu boodschappen?, Poetst Thomas nu de keuken?, Strijkt hij nu?, Ik betaal de rekeningen., Ik voetbal., Wij kijken tv., Jullie luisteren naar de lerares., Ik drink koffie., Later, Nee, morgen. Hij gaat morgen boodschappen doen., Hij gaat morgen de keuken poetsen., Hij gaat morgen strijken., Ik ga morgen de rekeningen betalen., Neen, ik ga vanavond voetballen., Wij gaan tv kijken., Jullie gaan naar de lerares luisteren., Ik ga koffie drinken.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?