Nederlanders geven vaak hun mening. Wat vind je daarvan (what do you think about that)?, Hoe vind jij het Nederlandse eten?, Wat vind jij van de koffie op kantoor? Geef een eerlijk antwoord., Vraag je collega naar zijn of haar mening over de restaurants in Nederland., Iets (something) smaakt niet lekker. Hoe zeg je dat vriendelijk in het Nederlands?, Drink jij water bij het avondeten? Antwoord met een frequentiewoord., Hoe vaak eet jij buiten de deur? Gebruik altijd, meestal, vaak, soms, zelden of nooit., Kijk om je heen (look around you). Maak twee zinnen met deze en die., Maak twee zinnen met dit en dat over iets op kantoor., Hoe vaak spreek jij Nederlands buiten de les?, Wat vind jij van de Nederlandse directheid?, Geef je mening over het weer van vandaag.

A1 part 2, module 2

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?