un ballon, een bal, le basket, het basketbal, un CD, een cd, un DVD, een dvd, le foot(ball), het voetbal, l'Internet, het internet, un jeu, een spel, des jeux, spellen, un kilomètre, een kilometer, un match, een wedstrijd, un mètre, een meter, le tennis, het tennis, une balle, een balletje, la gym(nastique), de gymnastiek, chatter, chatten, courir, lopen, faire, doen, maken, gagner, winnen, nager, zwemmen, surfer, surfen, hier, gisteren, qui, die, Bonne chance!, Veel geluk!, Bravo!, Bravo!, Je fais du sport., Ik sport., Je fais du vélo., Ik fiets., J'ai gagné!, Ik heb gewonnen!, Je joue à la balle., Ik speel met de bal., Je joue au foot., Ik voetbal., Je joue aux cartes., Ik kaart., Je surfe sur l'Internet., Ik surf op het internet.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?