de huisvesting, De student zocht _____ in de stad waar hij studeerde, want hij wilde niet meer bij zijn ouders wonen., de zekerheid, Hij kan nog niet met _____ zeggen of hij komt., degene, Ben jij _____ die me gisteren drie keer gebeld heeft?, het stelsel, Het nieuwe _____ van de sociale zekerheid heeft voor iedereen voordelen., het vermogen, Toen hij stierf, bleek dat hij een aanzienlijk _____ bezat., de behoefte, Ik ben zo druk geweest! Ik heb een enorme _____ aan rust., het peil, Na alle regen is het _____ in de rivieren snel gestegen., vanzelfsprekend, natuurlijk • Je mag je kinderen meenemen naar het feest, dat is _____., langdurig, Nog twee jaar en dan behoort hij tot de groep _____ werklozen., de solidariteit, Uit _____ met kinderen uit arme landen besloot Damian een dag niet te eten., eindigen, De wedstrijd van gisteravond _____ in een gelijkspel., het beginsel, het principe, de inkomsten, Bij de belasting moet je alle soorten _____ melden., de essentie, het belangrijkste • De _____ van haar verhaal was dat ouders strenger moeten zijn voor hun kinderen., de infrastructuur, de systemen en structuren die een land nodig heeft om goederen en informatie te verspreiden, bijv. wegen en telefoon, de ouderdom, Men kan de _____ van een schilderij tegenwoordig precies vaststellen., variabel, Hij staat bijna nooit in de file want hij heeft _____ werktijden.

6.3 en 6.4 CP4

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?