Ik heb er geen zin in., Ik ga vanavond niet mee. ________, Ik ben er niet aan toegekomen., Sorry, ik heb je nog niet gebeld. ________, Daar ben ik het niet mee eens., Jij vindt dat een goed idee, maar ________, Dat was ik helemaal vergeten., Oei, de afspraak was gisteren! ________, Ik hou je op de hoogte., Ik weet het nog niet. ________, laat ik het je weten., Als ik meer informatie heb, ________, Ik red het niet., De trein heeft vertraging. ________, Ik zie het zitten., Zullen we samen op vakantie gaan? Ja, ________, Dat valt tegen., Het hotel is helemaal niet zo mooi. ________, Het valt mee., Is het examen moeilijk? Nee, ________, Laat maar., Wil je nog koffie? Nee, bedankt. ________, Ik ben even niet mee., Sorry, kan je dat nog eens uitleggen? ________, Dat is me ontgaan., Iedereen wist dat de les niet doorging, maar ik niet. ________, Ik krijg het niet voor elkaar., Ik probeer al een uur deze computer te installeren, maar ________, Dat schiet niet op., We wachten al twee uur en er gebeurt niets. ________, Ik ga ermee aan de slag., Ik heb je documenten ontvangen. ________, Ik kan er niet tegen., Ik slaap niet als er veel lawaai is. ________, Je kunt op me rekenen., Maak je geen zorgen, ik zal je helpen. ________, Ik kijk het even na., Ik weet niet of dit bedrag klopt. ________

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?