Frédéric werkt met Peter., Hij werkt met hem., Hij werkt met hij., Hij werkt met hen., Hij werkt met zij., Jan kijkt naar de collega's., Hij kijkt naar hen., Hij kijkt naar zij., Hij kijkt naar jullie., Hij kijkt naar hem., Martine belt met haar moeder., Ze belt met hem., Ze belt met zij., Ze belt met haar., Ze belt met hen., De ploegchef praat met de receptioniste., Hij belt met zijn medewerkster., Hij belt met hun medewerkster., Hij belt met haar medewerkster., Hij belt met hen., De secretaresse geeft het boek aan Mohammmed., Zij geeft hen het boek., Zij geeft zij het boek., Zij geeft hij het boek., Zij geeft hem het boek., De collega's werken met Frédéric en Mohammed., Zij werken met zij., Zij werken met zijn collega's., Zij werken met hun collega's., Zij werken met hem collega's., De ploegbaas geeft de instructies aan de arbeiders., Hij geeft hun instructies., Hij geeft hen instructies., Hij geeft zijn instructies., Hij geeft zij instructies., Mira vervangt haar collega, Rita., Zij vervangt haar., Hij vervangt haar., Hij vervangt hem., Zij vervangt zij., Frank telt het geld van Murat., Hij telt hem geld., Hij telt hun geld., Hij telt hen geld., Hij telt zijn geld., Elma stuurt de e-mail naar Pedro., Zij stuurt de e-mail naar hem., Zij stuurt de e-mail naar hij., Zij stuurt de e-mail naar hen., Zij stuurt de e-mail naar hun., Mia gaf Sandra een complimentje., Ze gaf hem een complimentje., Ze gaf hen een complimentje., Ze gaf zij een complimentje, Ze gaf haar een complimentje., Helga gebruikte Franks perforator., Ze gebruikte hen perforator., Ze gebruikte zijn perforator., Ze gebruikte hij perforator., Ze gebruikte haar perforator., Karen en Rita deelden de lunch met Jan., Zij deelde haar lunch met hem., Zij deelden hun lunch met hem., Zij deelden zijn lunch met hem., Zij deelden zijn lunch met hij.

by

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?