Ik... (kopen) een broodje., kop, koopt, koop, Wij... (rennen) in het park., renen, rennen, ren, Oma... (bellen) vaak., belt, bellen, bel, De jongen... (eten) ijs., eten, eett, eet, Jullie... (drinken) koffie., drinkt, drink, drinken, Zij... (zitten) op de bank., ziten, zitten, zit, Zij...(werken) in een supermarkt., werkt, werken, werk, Zij... (werken) buiten., werk, werkt, werken, Ik... (kijken) een film., kijken, kijkt, kijk, De vrouw.. (lezen) een boek., leest, leezt, lezen

Presens - A1 - Code+

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?