Ik weet niet ... (Waar is het ziekenhuis?), Ik weet niet ... (Ik heb morgen tijd.), Ik vind dat ... (We moeten veel huiswerk maken.), Ik vraag me af ... (Zijn de winkels morgen open?), Ik weet zeker dat ... (Ik heb de sleutels in mijn zak gestopt.), Ik geloof dat ... (Ik heb volgende week een drukke week.), Ik vraag me af ... (Gaat het morgen regenen?), Denk jij dat ...? (Een monarchie is beter dan een republiek.), Vind jij dat ...? (Kinderen moeten hun bord leegeten.), Denk jij dat ...? (We krijgen een koude winter.), Weet jij ...? (Wanneer gaat de wintertijd in?), Ik vraag me af ... (Is sinaasappelsap gezond?), Weet jij ...? (Hoe moet ik dit formulier invullen?), Kun je me zeggen ...? (Waarom kom je altijd te laat?)

Indirecte rede

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?