opdrinken/Hij zijn thee (perfectum), Hij heeft zijn thee opgedronken., Meenemen/Wij onze sporttas naar het zwembad. (presens), Wij nemen onze sporttas naar het zwembad mee., Opstaan/ Op zondag ik om 11u. (presens), Op zondag sta ik om 11u op., Uitkijken/Op straat wij voor onvoorzichtige autobestuurders. (presens), Op straat kijken wij voor onvoorzichtige autobestuurders uit./, Optellen/Ik alle onkosten. (perfectum), Ik heb alle onkosten opgeteld., Omdraaien/Rita de laatste bladzijde van haar boek. (imperfectum), Rita draaide de laatste bladzijde van haar boek om., Terugvinden./ Kijk,ik mijn bril hier! (perfectum), Kijk, ik heb mijn bril hier teruggevonden., Oversteken. Waarom jullie de straat niet op het zebrapad ? (imperfectum), Waarom staken jullie de straat niet op het zebrapad over ?, Mijn zus zegt: "Ik was wel af." / Mijn zus zegt dat..., Mijn zus zegt dat ze wel afwast., Ze zeggen: "We halen Isabelle vanavond met de auto op."/Ze zeggen dat..., Ze zeggen dat ze Isabelle vanavond met de auto ophalen., Mijn broer vertelde: "De politie kwam langs de achterdeur binnen.", Mijn broer vertelde dat de politie langs de achterdeur binnenkwam., Ze zei: "Het water kookt over!"/ Ze zei dat ..., Ze zei dat het water overkookte., Het bruidspaar zei: "Wij nodigen op ons trouwfeest 450 mensen uit."/ Het bruidspaar zei dat..., Het bruidspaar zei dat ze 450 mensen op hun trouwfeest uitnodigden., Hij zegt: "Ik bel vanavond mijn broer in Amerika op."/ Hij zegt dat..., Hij zegt dat hij vanavond zijn broer in Amerika opbelt., Ze zei: "Ik val van vermoeidheid om."/Ze zei dat..., Ze zei dat ze van vermoeidheid omviel., Ze zegt: "Ik spreek met mijn kapper nooit een vaste datum af."/Ze zegt dat ..., Ze zegt dat ze met haar kapper nooit een vaste datum afspreekt.

Separabele verba

by

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?