Het cadeau is . . . . . . mijn man., aan, voor, in, op, Ik eet . . . . . . vrienden vanavond., in, op, aan, bij, De poes sprong . . . . . het aanrecht., op, in, tegen, boven, We liggen nog . . . . . bed., op, in, onder, uit, Zij zitten altijd uren . . . . . tafel., bij, op, onder, aan, Hij staat veel te lang . . . . de douche., voor, onder, bij, in, Ze zaten samen . . . . . de tv., bij, aan, voor, achter, Ga eens recht . . . . . je stoel zitten!, op, bij, in, boven, Zet de spullen maar . . . . de vaatwasser., onder, achter, in, aan, Ik praat . . . . . jou, hoor!, bij, in, tegen, aan

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?