Eres muy deportista. - Jij bent erg sportief., Me gusta hacer deporte. - Ik houd van sporten., Los domingos voy a nadar al mar.  - 's Zondags ga ik in zee zwemmen., Los miércoles vas a nadar al mar.  - 's Woensdag ga je in zee zwemmen., Nado como un pez. - Ik zwem als een vis. , Van a nadar a la piscina. - Ze gaan in het zwembad zwemmen. , Nadas como un pez. - Je zwemt als een vis. , ¿Que haces en tu tiempo libre? - Wat doe je in je vrije tijd? , ¿Qué hace en su tiempo libre? - Wat doet hij in zijn vrije tijd? , ¿Cuándo haces los deberes? - Wanneer maak je het huiswerk? ,

¡Qué Guay! 15 zoek de juiste vertaling

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?