Viene a cenar ahora., Hij komt nu eten., Los expertos de Madrid vienen mañana., De experts uit Madrid komen morgen., ¿Te gusta venir con nosotros?, Vind je het leuk om met ons mee te gaan?, No puedo venir con ellos., Ik kan niet met ze mee., ¿Vienes conmigo a la fiesta?, Ga je met me mee naar het feest?, Vengo a tu casa con mi madre., Ik kom naar je huis met mijn moeder., Dicen que es una playa bonita., Ze zeggen dat het een mooi strand is., Nadamos sobre todo en el sur de España., Wij zwemmen vooral in het zuiden van Spanje., Nadan sobre todo en el mar., Zij zwemmen vooral in zee., Dice que no., Hij zegt van niet., ¡Soy yo!, Dat ben ik!

¡Qué Guay! 1-17

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?