Viene a cenar ahora., Hij komt nu eten., Los expertos de Madrid vienen mañana. , De experts uit Madrid komen morgen. , ¿Te gusta venir con nosotros? , Vind je het leuk om met ons mee te gaan? , No puedo venir con ellos. , Ik kan niet met ze mee. , ¿Vienes conmigo a la fiesta? , Ga je met me mee naar het feest? , Vengo a tu casa con mi madre. , Ik kom naar je huis met mijn moeder. , Dicen que es una playa bonita. , Ze zeggen dat het een mooi strand is. , Nadamos sobre todo en el sur de España., Wij zwemmen vooral in het zuiden van Spanje. , Nadan sobre todo en el mar. , Zij zwemmen vooral in zee. , Dice que no. , Hij zegt van niet., ¡Soy yo!, Dat ben ik!.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?