wonen, zitten, liggen, staan, slapen, dromen, wakker worden, zich aankleden, zich wassen, handen wassen, douchen, tanden poetsen, haar kammen, wegen, koken, bakken, eten, afwassen, schoonmaken, grasmaaien, tv kijken, spelen, huiswerk maken, aanbellen.
0%
NT2 woordenschat | wonen | werkwoorden 1
Share
by
Detaalkoffer
pre A1
A1
A2
Basisschool
NT2
NVT
woordenschat
wonen
Edit Content
Embed
More
Leaderboard
Speaking cards
is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.
Log in required
Visual style
Fonts
Subscription required
Options
Switch template
Show all
More formats will appear as you play the activity.
Open results
Copy link
QR code
Delete
Continue editing:
?