Ik word wakker. Ik stap.....mijn bed., uit, in, over, naast, Ik trek mijn kleren......, aan, voor, tussen, naast, Ik loop... beneden en drink een glas havermelk, in, om, naar, tussen, Even later stap ik.... de fiets., tussen, in, over, op, Ik rijd....mijn werk., naar, uit, boven, onder, Op mijn werk praat ik...mijn baas., tegen, over, voor, met, Hij zegt...mij dat ik moet samenwerken., tegen, aan, uit, in, Ik trek mijn werkkleding......, uit, om, aan, tegenover, Ik ga terug...huis., onder, naast, naar, tussen, Op weg naar huis rijd ik...een boom., naast, tegen, onder, boven, Ik lig... de grond., in, onder, boven, op, Ik sta weer... en fiets weer verder., op, boven, voor, van, 's Avonds na het eten kijk ik...de televisie., na, voor, naar, achter, Om 23.00 uur lig ik....bed., om, voor, tegen, in
0%
voorzetsels
Share
Share
by
Nederlandsleren
Nederlands
NT2
Edit Content
Print
Embed
More
Assignments
Leaderboard
Show more
Show less
This leaderboard is currently private. Click
Share
to make it public.
This leaderboard has been disabled by the resource owner.
This leaderboard is disabled as your options are different to the resource owner.
Revert Options
Quiz
is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.
Log in required
Visual style
Fonts
Subscription required
Options
Switch template
Show all
Open results
Copy link
QR code
Delete
Continue editing:
?