Ik word wakker. Ik stap.....mijn bed., uit, in, over, naast, Ik trek mijn kleren......, aan, voor, tussen, naast, Ik loop... beneden en drink een glas havermelk, in, om, naar, tussen, Even later stap ik.... de fiets., tussen, in, over, op, Ik rijd....mijn werk., naar, uit, boven, onder, Op mijn werk praat ik...mijn baas., tegen, over, voor, met, Hij zegt...mij dat ik moet samenwerken., tegen, aan, uit, in, Ik trek mijn werkkleding......, uit, om, aan, tegenover, Ik ga terug...huis., onder, naast, naar, tussen, Op weg naar huis rijd ik...een boom., naast, tegen, onder, boven, Ik lig... de grond., in, onder, boven, op, Ik sta weer... en fiets weer verder., op, boven, voor, van, 's Avonds na het eten kijk ik...de televisie., na, voor, naar, achter, Om 23.00 uur lig ik....bed., om, voor, tegen, in

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?