Hij gaat altijd op de fiets naar school., Morgen breng ik eerst de kinderen weg en daarna ga ik boodschappen doen., Heb je zin om mee te gaan naar de bioscoop?, Vanavond eten we kip met frietjes., Ze komt niet naar school omdat de trams niet rijden., Vanaf 1 september kosten modules in het CVO meer geld., Waarom kom je altijd te laat?, Is er nog koffie?, Zullen we vrijdag naar het het Jubelpark gaan?, Op 1 januari ga ik stoppen met roken.

A2 - zinsconstructie

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?