Tegenwoordige tijd, Mogen, Moeten, Willen, Zullen, Worden, Weten, Winnen, Vinden, Vallen, Lopen, Nemen, Slapen, Spreken, Kijken, Hebben, Drinken, Eten, Blijven, Doen, Helpen, Verleden tijd, Mochten, Moesten, Wilden/wouden, Zouden, Werden, Wisten, Wonnen, Vonden, Vielen, Liepen, Namen, Sliepen, Spraken, Keken, Hadden, Dronken, Aten, Bleven, Deden, Hielpen.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

)
Continue editing: ?